Het is een regenachtige zomerdag, een zomer die in het teken stond van slecht weer en weinig zon. We hebben een drukke dag achter de rug en over ongeveer 2 uur zit de dienst er weer op.
Onderweg naar de post krijgen wij een melding van de meldkamer. Meldkamer: Wagen 25, zijn jullie op luisteren? Wij: Ja hoor zegt u het maar. Meldkamer: we hebben voor jullie een A1rit (spoed rit) Een auto heeft een fietser aangereden met een klein kind achterop. De snelheid was erg hoog.
O, ik hoor nu via de melder dat het kind is overleden. Ik zal het adres in jullie systeem zetten. Wij: Onderweg. En direct na het loslaten van de spreeksleutel, KUT! Met lood in mijn schoenen scheur ik naar het opgegeven adres, het is nog een aardig stukje rijden en het is middagspits.

Toch ben ik binnen 5 minuten te plaatsen op de plek van het ongeval.
De politie is ook net aanwezig en neemt de bestuurder van de wagen mee. Wij verdelen ons over de slachtoffers. De pleeg gaat naar het kindje en ik bekommer mij over de moeder. De moeder heeft een flinke hoofdwond en minimaal een gebroken been als het niet meer is.

Luid huilend en krijsend om haar kindje ligt ze op straat. Door de klap is ze niet meer in staat geweest om op te staan en naar haar kindje te gaan. Het is een meisje van 2 jaar oud, Sanne is haar naam zegt de moeder. Ze vraagt of ik even wil gaan kijken. Ik leg haar uit dat mijn collega op dit moment bij haar dochter aanwezig is om te kijken hoe het met haar gaat.

Ik probeer oogcontact te krijgen met mijn collega, na korte tijd kijkt hij mij aan en steekt zijn duim omhoog. Het kindje leeft in elk geval dus nog. In de verte komt de 2e wagen al aanrijden. De pleeg draagt de zorg van de baby aan de 2e wagen over en komt naar mij toe. Dan hoor ik hem zeggen dat Sanne weinig mankeert, door de goede kwaliteit fietsstoel en het feit dat de wagen de fietsstoel niet heeft geraakt heeft ze alleen enkele schaafwonden op haar armpje. Maar voor de zekerheid neemt de 2e wagen haar toch mee om haar in het ziekenhuis te laten nakijken.
Op het gezicht van de moeder is de ongerustheid een heel stuk minder geworden, en eindelijk laat ze ons toe haar te helpen met haar verwondingen. We leggen haar been in de spalk en uit voorzorg leggen we haar op de plank en maken we haar vast met de spin zodat ze niet meer kan bewegen. Met gepaste spoed vertrekken we naar het ziekenhuis. Hier dragen we de moeder over aan de verpleegkundige en artsen van het traumateam.
Bij het vrij melden bij de meldkamer had ik wel even het gevoel dat ik de meldkamer centralist door de telefoon wou trekken, maar ik heb haar met zeer veel moeite gevraagd of ze het de volgende keer alleen bij de feiten wil houden en niet bij wat een omstander denkt dat de patiënten heeft.
De melding dat het kind was overleden gaf onderweg al zoveel onrust in de wagen, dat kan niet goed zijn voor een mens. Daar komt bij dat bij deze dienst alle andere wagens deze melding kunnen horen, dus ook de familieleden die toevallig mee rijden. Gelukkig viel het mee deze keer.
(dit verhaal is uit 2012, ondertussen is er al een grote sprong gemaakt in wat de meldkamer zegt en uitvraagt.)