Ik bel aan. Wordt binnengelaten door een dame met een nonchalante ongeïnteresseerde houding. Hoi, ik ben Jamal. Ik heb een late dienst zeg ik. ‘Oh je komt voor de haai zeker’
De haai? Vraag ik wat vreemd kijkend.
‘Ja als ie bloed ruikt dan gaat ie ervoor’.

Ik vind het altijd vervelend als cliënten een bijnaam hebben. Maar zo gaat dat soms. Althans ga er van uit dat ze het over de cliënt heeft waar ik mee moet werken. Het is een 1 op 1 project. Schijnt een moeilijke jongen te zijn. Nog maar 14 jaar. Hij praat niet, communiceert door middel van gebaren. Op dat moment had ik nog niet de gebarentaal onder de knie. Maar het bureau waar ik voor werkte zei dat komt wel, je krijgt binnenkort een training.
De nonchalante dame loopt mee tot we aankomen bij een soort lokaal. Ze klopt op de deur. De begeleidster die dienst had doet opgelucht open. Succes zeg ze, dit was mijn eerste en laatste keer. Ik kom niet meer, vreselijk zegt ze en loopt weg. Ok geen overdracht denk ik? Ik vraag aan de collega die me binnenliet, is dat een vaste collega. Nee, uitzendkracht. Er zijn geen vast collega’s, hij wordt door externe uitzendkrachten begeleid.
Ok, ik kijk om het hoekje toch nieuwsgierig. Een vriendelijk ogende knul kijkt me aan met een ondeugende wat verwilderde blik. Ik zie dat de ruimte leeg is en alles wat er staat gesloopt. De vloer is kapot en er staat een bank die verscheurt is. 
De nonchalante dame zegt, hier heb je sleutels. Wij zitten op de groep hiernaast. Als je hulp nodig hebt kun je deze alarmknop indrukken. 
Is er een inwerkmap ofzo of informatie wat ik moet weten?, vraag ik. Ja, ze geeft me een soort van werkmap maar zegt hij klopt niet helemaal hoor want hij zit hier pas net 1 op 1. Hij gaat verhuizen binnenkort. Hou het maar rustig zegt ze en loopt weg. Ok dit wordt interessant denk ik..

Ik loop de ruimte in na even snel gelezen te hebben en sluit de deur. Dat had ik gelezen, alles moet op slot en je sleutels wegdoen in je zak of ergens waar hij hem niet kan pakken. Sta ik dan, ik ken geen gebaren dus kijk het even aan. De jongen is verstandelijk beperkt, is doofstom met moeilijk verstaanbaar gedrag (dat laatste zegt niets over zijn doofheid maar wil zeggen dat hij gedrag vertoont wat onvoorspelbaar is en niet altijd goed te weten is waar het gedrag vandaan komt).

Ik heb snel dagprogramma gescand. Was heel minimaal, activiteit, eten, naar bed begeleiden. Daar kwam het op neer. Het was 15.00 dus die drie activiteiten gaan mijn dienst niet volmaken ben ik bang. Hij komt naar me toe en wil meteen voor mijn sleutels gaan. Ik pareer. En instinctief denk ik ok de regie houden, eerst even laten zitten en aan activiteit laten beginnen. Kijkend in de ruimte zie ik wat tekenpapier en stiften. Dus dat zal ie wel doen. Het lukt me hem met gebaren te laten zitten. De stoel waar hij op zit is bijna kapot. Eigenlijk is alles in de ruimte wel bijna kapot.

Net wanneer ik denk hij zit ik kan hem laten tekenen, pakt hij zijn stoel en wilt die op de tafel zetten om vervolgens daar weer op te klimmen. Ik kijk even aan wat hij doet en als ik merk dat dat zijn doel is grijp ik in. Wat volgt is een getouwtrek van half uur, stoel terug zetten en de knul die zijn doel probeer te halen. Op de stoel op de tafel staan om lamp stuk te maken. Na half uur druk ik maar alarm, wellicht komt er een collega om even dit kennismakingsdansje te doorbreken (en zodat ik kan vragen wat precies de juiste begeleidingsstijl is). Alarm gaat, collega’s hoor ik aankomen rennen over de gang en stormen naar binnen, ik zit met een stoelpoot in mijn hand met aan de andere kant een knul druk trekken aan een andere stoelpoot.

‘Gaat het’, vraagt de eerste die zichtbaar gespannen binnen komt. Ja hoor, ‘stoelendans’ zeg ik (zo luchtig als ik altijd naar situaties kijk). Er komen nog meer collega’s aan, een neemt de begeleiding over van de knul. Die gaat druk gebaren met hem. Ondertussen probeer hij een collega die erbij staat in het gezicht te krabben.

Ik vraag de collega die vroeg of het ging, wat de knul nou wilt met de stoel. Ze zegt dat hij dat vaker doet, eigenlijk continu. Hij wil kortsluiting maken, door de lamp stuk te maken op het plafond. Dan gaan de deuren open. Hij is er zo al een paar keer vandoor gegaan. Je bent niet de eerst zegt ze terloops.

Ondertussen wordt de knul door enkele collega’s vastgehouden omdat hij probeert te krabben. Oh ja, pas op want hij krabt je in het gezicht als je niet uitkijkt. Ah, de haai en bloed, nu snap ik m bedenk ik me snel. De knul is maar 14 maar hele teams zijn er al op stuk gelopen, zegt ze, niemand houdt het vol zegt ze nonchalant. Weet je wat je kan doen, is even gaan eten met hem. Tis nog vroeg maar dat gaat meestal wel.. Het is nog maar kwart voor vier ‘s middags.